4 Koningen


Solo kaartspel



Jogledor

© 2015 Jogledor, P.D. de Jong 'Ariesz.'; alle rechten voorbehouden, all rights reserved

1. Inleiding
2. Benodigdheden, voorbereiding
3. Het spel
4. Tactiek
5. Samenvatting spelregels



1. Inleiding

4 Koningen is een solo kaartspel dat enkel gewonnen kan worden met een combinatie van tactiek en lef. Doel is het overwinnen van de 4 koningen in het kaartspel door steeds sterkere kaarten te verzamelen. Tegenspoed in het rapen van de kaarten kan de geboekte terreinwinst langzaam doen verdwijnen totdat het tij weer keert.
De duur van het spel kan variëren van tien minuten tot een uur.
Een beginnende speler wint ongeveer de helft van de spelletjes. Bij een gevorderde speler kan dit oplopen tot het winnen van meer dan driekwart van de spelletjes.
(Wil men als beginnende speler vaker winnen, dan kan men spieken in de verloren slagen, zie hieronder bij Tactiek.)


2. Benodigdheden, voorbereiding

Benodigd is: 1 standaard kaartspel van 52 kaarten (zonder jokers).

De kaarten worden gesorteerd in vier stapels:
1. de 12 kaarten met de waarde aas, 2 en 3
2. de 12 kaarten met de waarde 4, 5 en 6
3. de 16 kaarten met de waarde 7 t/m 10
4. de 12 kaarten met  de waarde boer, koningin, koning.

De kaarten met de waarde aas (1) t/m 3 zijn de kaarten waarmee de speler het spel begint. Deze hoeven niet geschud te worden en worden met de voorkant omhoog gesorteerd op tafel gelegd.
De andere drie stapels zijn raapstapels en worden stuk voor stuk geschud en met de achterkant omhoog op tafel gelegd volgens onderstaande figuur.

beginsituatie 4 Koningen 


3. Het spel

Het spel wordt gespeeld in drie rondes.

Tijdens de eerste ronde worden kaarten geraapt van de raapstapel met de kaarten 4 t/m 6 (later uitgebreid met door de speler verloren kaarten) en kent  iedere beurt de volgende onderdelen, die strikt in deze volgorde uitgevoerd moeten worden:
1. De speler kiest 5 kaarten uit de kaarten onder zijn/haar controle en neemt deze in de hand;
2. De speler raapt 2 kaarten van de raapstapel (4 t/m 6) en legt deze met de voorkant omhoog op tafel;
3. De speler legt op ieder van de 2 geraapte kaarten minimaal 1 en maximaal 3 kaarten uit de hand; indien de speler 2 of 3 kaarten uit de hand op een geraapte kaart legt, dan moeten deze kaarten uit de hand allebei of alledrie van dezelfde soort zijn (schoppen, harten, klaver, ruiten);
(N.B. De kaarten uit de hand hoeven niet van dezelfde soort te zijn als de geraapte kaart, waarop ze gelegd worden, zie hieronder bij 4.)
4. De speler wint een geraapte kaart indien de kaart(en) die de speler er uit de hand heeft opgelegd:
- van dezelfde soort is/zijn als de geraapte kaart en (samen) minstens evenveel punten waard is/zijn;
- niet van dezelfde soort is/zijn als de geraapte kaart en (samen) minstens drie keer zoveel  punten waard is/zijn.
(N.B. De aas heeft de waarde 1.)
5. Een overwonnen geraapte kaart wordt samen met de overwinnende kaarten gevoegd bij de kaarten onder controle van de speler;
6. Een geraapte kaart die niet overwonnen kon worden, wordt samen met de kaart die de speler er verplicht op moet leggen, met de achterkant omhoog gelegd op de stapel met verloren slagen, die boven de actieve raapstapel ligt en die een kwart slag gedraaid is om verwarring te voorkomen met de erboven liggende raapstapels voor de volgende rondes.
7. Indien de raapstapel uitgeput is, dan wordt de stapel met verloren slagen goed geschud en als nieuwe raapstapel dichtbij de speler gelegd.
Stap 1. t/m 7. worden herhaald totdat::
- de speler minder dan twee kaarten heeft, de speler heeft dan verloren;
- de speler alle kaarten aas t/m 6 onder controle heeft, de speler gaat dan door naar de tweede ronde.

Tijdens de tweede ronde worden kaarten geraapt van de raapstapel met de kaarten 7 t/m 10 (later uitgebreid met verloren kaarten), die daartoe dichter bij de speler wordt gelegd. De tweede ronde kent dezelfde spelregels als de eerste ronde, met als uitzondering, dat een speler slechts 3 kaarten in de hand mag kiezen en er maximaal 2 kaarten op een geraapte kaart gelegd mogen worden. Iedere beurt in de tweede ronde kent dus de volgende onderdelen, die strikt in deze volgorde uitgevoerd moeten worden:
1. De speler kiest 3 kaarten uit de kaarten onder zijn/haar controle en neemt deze in de hand;
2. De speler raapt 2 kaarten van de raapstapel (7 t/m 10) en legt deze met de voorkant omhoog op tafel;
3. De speler legt op ieder van de 2 geraapte kaarten minimaal 1 en maximaal 2 kaarten uit de hand; indien de speler 2 kaarten uit de hand op een geraapte kaart legt, dan moeten deze kaarten uit de hand allebei van dezelfde soort zijn (schoppen, harten, klaver, ruiten);
(N.B. De kaarten uit de hand hoeven niet van dezelfde soort te zijn als de geraapte kaart, waarop ze gelegd worden, zie hieronder bij 4.)
4. De speler wint een geraapte kaart indien de kaart(en) die de speler er uit de hand heeft opgelegd:
- van dezelfde soort is/zijn als de geraapte kaart en (samen) minstens evenveel punten waard is/zijn;
- niet van dezelfde soort is/zijn als de geraapte kaart en (samen) minstens drie keer zoveel  punten waard is/zijn.
5. Een overwonnen geraapte kaart wordt samen met de overwinnende kaarten gevoegd bij de kaarten onder controle van de speler;
6. Een geraapte kaart die niet overwonnen kon worden, wordt samen met de kaart die de speler er verplicht op moet leggen, met de achterkant omhoog gelegd op de stapel met verloren slagen, die boven de actieve raapstapel ligt en die een kwart slag gedraaid is om verwarring te voorkomen met de erboven liggende raapstapel voor de volgende ronde.
7. Indien de raapstapel uitgeput is, dan wordt de stapel met verloren slagen goed geschud en als nieuwe raapstapel dichtbij de speler gelegd.
Stap 1. t/m 7. worden herhaald totdat::
- de speler minder dan twee kaarten heeft, de speler heeft dan verloren;
- de speler alle kaarten aas t/m 10 onder controle heeft, de speler gaat dan door naar de derde ronde.

Tijdens de derde ronde worden kaarten geraapt van de raapstapel met de kaarten boer t/m koning (later uitgebreid met verloren kaarten), die daartoe dichter bij de speler wordt gelegd. De derde ronde kent dezelfde spelregels als de tweede ronde, behalve dat de speler het spel gewonnen heeft zodra de speler alle 4 de koningen onder controle heeft. Iedere beurt in de tweede ronde kent dus de volgende onderdelen, die strikt in deze volgorde uitgevoerd moeten worden:
1. De speler kiest 3 kaarten uit de kaarten onder zijn/haar controle en neemt deze in de hand;
2. De speler raapt 2 kaarten van de raapstapel (boer t/m koning) en legt deze met de voorkant omhoog op tafel;
3. De speler legt op ieder van de 2 geraapte kaarten minimaal 1 en maximaal 2 kaarten uit de hand; indien de speler 2 kaarten uit de hand op een geraapte kaart legt, dan moeten deze kaarten uit de hand allebei van dezelfde soort zijn (schoppen, harten, klaver, ruiten);
(N.B. De kaarten uit de hand hoeven niet van dezelfde soort te zijn als de geraapte kaart, waarop ze gelegd worden, zie hieronder bij 4.)
4. De speler wint een geraapte kaart indien de kaart(en) die de speler er uit de hand heeft opgelegd:
- van dezelfde soort is/zijn als de geraapte kaart en (samen) minstens evenveel punten waard is/zijn;
- niet van dezelfde soort is/zijn als de geraapte kaart en (samen) minstens drie keer zoveel  punten waard is/zijn.
(N.B. De boer heeft de waarde 11, de koningin heeft de waarde 12, de koning waarde 13.)
5. Een overwonnen geraapte kaart wordt samen met de overwinnende kaarten gevoegd bij de kaarten onder controle van de speler;
6. Een geraapte kaart die niet overwonnen kon worden, wordt samen met de kaart die de speler er verplicht op moet leggen, met de achterkant omhoog gelegd op de stapel met verloren slagen.
7. Indien de raapstapel uitgeput is, dan wordt de stapel met verloren slagen goed geschud en als nieuwe raapstapel dichtbij de speler gelegd.
Stap 1. t/m 7. worden herhaald totdat::
- de speler minder dan twee kaarten heeft, de speler heeft dan verloren;
- de speler 4 koningen onder controle heeft, de speler heeft het spel gewonnen.


4. Tactiek

Het is verplicht om een kaart uit de hand op een geraapte kaart te leggen en daarom is het verstandig om niet enkel hoge kaarten in de hand te nemen. Als de kaarten in de hand qua soort (schopen, harten, klaver of ruiten) niet overeenkomen met de geraapte kaarten dan kan men, als men enkel hoge kaarten in de hand heeft, kostbare kaarten verliezen.
Als men alle kaarten van één soort heeft verloren, dan kan men de kaarten van deze soort weer terug veroveren met kaarten van een andere soort, maar daarbij is wel minstens een drievoud van de waarde nodig.
Men heeft een groot voordeel bij het spel indien men kan onthouden welke kaarten naar de stapel met verloren slagen zijn gegaan. Lukt dit niet, dan kan men er voor kiezen om zo nu en dan in de stapel met verloren slagen te spieken. Dit maakt het spel aanzienlijk makkelijker, maar ook minder spannend. Aangezien het een solo spel is, is een dergelijke spelaanpassing geheel aan de beoordeling van de speler. Het enige wat telt, is dat de speler plezier beleeft aan het spel! Overigens moet wel gewaarschuwd worden voor de volgende spelaanpassingen:
- meer kaarten in de hand nemen;
- de kaarten in de hand pas kiezen nadat de kaarten geraapt zijn;
- spieken in de raapstapel,
aangezien het spel dan alle spanning en uitdaging verliest.


5. Samenvatting spelregels

Kaarten onder controle bij aanvang spel: de 12 kaarten met de waarde aas (1), 2 en 3
Raapstapel eerste ronde: de 12 kaarten met de waarde 4, 5 en 6
Raapstapel tweede ronde:  de 16 kaarten met de waarde 7 t/m 10
Raapstapel derde ronde: de 12 kaarten met  de waarde boer (11), koningin (12), koning (13).

Iedere beurt kent de volgende onderdelen:
1. De speler kiest 5 (eerste ronde) respectievelijk 3 kaarten (tweede en derde ronde) uit de kaarten onder zijn/haar controle en neemt deze in de hand;
2. De speler raapt 2 kaarten van de raapstapel en legt deze met de voorkant omhoog op tafel;
3. De speler legt op ieder van de 2 geraapte kaarten minimaal 1 en maximaal 3 kaarten (eerste ronde) respectievelijk maximaal 2 kaarten (tweede en derde ronde) uit de hand; indien de speler 2 of 3 kaarten uit de hand op een geraapte kaart legt,dan moeten deze kaarten uit de hand allebei of alledrie van dezelfde soort zijn (schoppen, harten, klaver, ruiten);
(N.B. De kaarten uit de hand hoeven niet van dezelfde soort te zijn als de geraapte kaart, waarop ze gelegd worden, zie hieronder bij 4.)
4. De speler wint een geraapte kaart indien de kaart(en) die de speler er uit de hand heeft opgelegd:
- van dezelfde soort is/zijn als de geraapte kaart en (samen) minstens evenveel punten waard is/zijn;
- niet van dezelfde soort is/zijn als de geraapte kaart en (samen) minstens drie keer zoveel  punten waard is/zijn.
5. Een overwonnen geraapte kaart wordt samen met de overwinnende kaarten gevoegd bij de kaarten onder controle van de speler;
6. Een geraapte kaart die niet overwonnen kon worden, wordt samen met de kaart die de speler er verplicht op moet leggen, met de achterkant omhoog gelegd op de stapel met verloren slagen.
7. Indien de raapstapel uitgeput is, dan wordt de stapel met verloren slagen goed geschud en als nieuwe raapstapel dichtbij de speler gelegd.
Stap 1. t/m 7. worden herhaald totdat::
- de speler minder dan twee kaarten heeft, de speler heeft dan verloren;
- de speler alle kaarten aas t/m 6 (eerste ronde) respectievelijk aas t/m 10 (tweede ronde) respectievelijk alle 4 de koningen (derde ronde) onder controle heeft, de speler gaat dan door naar de volgende ronde met de volgende raapstapel respectievelijk heeft het spel gewonnen.


www.jogledor.nl
© 2015 Jogledor, P.D. de Jong 'Ariesz.'; alle rechten voorbehouden, all rights reserved